Fiets: 16 tot 18 inch (zonder zijwieltjes)

 

Ontwikkeling

Je kind is 4 tot 6 jaar en bevindt zich middenin de kleuterfase. In deze fase ontwikkelt je kind zich van een vrij spelend kind dat veel toezicht en aandacht nodig heeft, tot een kind dat naar school gaat, vriendjes maakt en steeds beter zelf kan spelen.

Doordat de spieren van een kleuter steeds sterker worden en de grove motoriek zich verder ontwikkelt, kan hij – door veel te oefenen – steeds ingewikkelder bewegingspatronen leren. Zo kunnen kleuters bijvoorbeeld leren fietsen! Maar leren fietsen is lastig en vraagt om veel oefening. Als ouder kun je je kind hier natuurlijk bij helpen en ervoor zorgen dat je kind plezier in het fietsen krijgt.

 

Fietsbeheersing

  • Leer je kind fietsen op een rustige plek. Bijvoorbeeld op een pleintje zonder auto’s, fietsen of paaltjes. Je kunt daarbij een lange sjaal om het middel van je kind binden. Houd de uiteinden van de sjaal vast. Op deze manier voelt je kind zich veilig en help je hem zijn evenwicht te houden.
  • Koop geen fiets op de groei; op een te grote fiets kan je kind zich onzeker voelen. Het is belangrijk dat je kind al zittend op het zadel, met beide voeten bij de grond kan. Zorg dus voor een goede, passende fiets met de juiste afstelling.
  • Oefen met het op- en afstappen, vooruit kijken, rechtdoor fietsen, slalommen en plotseling remmen.
  • Als je kind al goed uit de voeten kan op de loopfiets, is het niet nodig een fiets met zijwieltjes aan te schaffen. Je kind heeft immers al geleerd zijn evenwicht te bewaren. De overstap van een loopfiets naar een fiets met trappers is voor veel kinderen gemakkelijker dan van een fiets met zijwieltjes naar een fiets zonder zijwieltjes.

 

Verkeersdeelname

Hoewel kleuters motorisch in staat zijn om te leren fietsen, zijn ze door hun jonge leeftijd nog erg kwetsbaar in het verkeer.

  • Kleuters hebben weinig besef van gevaar en kunnen daardoor plotseling gevaarlijke dingen doen, zoals de weg oversteken.
  • Jonge kinderen kunnen nog niet goed inschatten uit welke richting een geluid komt. Daardoor reageren ze soms (te) laat op verkeer.
  • Van harde geluiden en plotseling gevaar kunnen jonge kinderen erg schrikken en primair reageren; bijvoorbeeld door acuut stil te blijven staan. Midden op de weg kan dat voor gevaarlijke situaties zorgen.
  • Je kind ziet minder dan jij, doordat zijn gezichtsveld nog beperkt is en hij door zijn geringe lengte het verkeer minder goed kan overzien. Bovendien zijn kinderen daardoor ook zelf vaak slecht zichtbaar in het verkeer.

Zodra je kind het fietsen goed onder de knie heeft, niet meer slingert en voldoende zelfvertrouwen heeft, kun je hem rustig laten wennen aan verkeerssituaties in de wijk. Fiets samen, met je kind aan je rechterkant, door de wijk. Maak duidelijke regels en herhaal deze regelmatig. Oefen samen met verkeerslichten, zebrapaden en met uitkijken en oversteken: laat je kind zelf kijken en aangeven wanneer het volgens hem veilig is om over te steken. En vooral: laat je kind ervaren hoe leuk het is om met de fiets op pad te gaan!

Fietsonderhoud

Een goed passende en functionerende fiets verhoogt de veiligheid en het fietsplezier. Ook daarmee kun je samen met je kind aan de slag!