Door: Marije van den Bergh, fietsdocent
Marije tijdens de cursus tot fietsdocent

 

“Dus je bent een soort fietsjuf.” Mijn zesjarige zoon denkt even na: “Maar mama, grote mensen kunnen toch al lang fietsen?” Ik heb hem net verteld wat ik ga doen deze woensdagochtend en je ziet hem nadenken. Dat zijn kleine broertje nog op een loopfiets zit is tot daar aan toe, maar volwassenen die nog moeten leren fietsen vindt hij maar raar. Ikzelf denk er ook nog even over na, maar dan vooral hoe ik dat ga doen, iemand anders leren fietsen. 

In Nederland is het misschien heel gewoon om te kunnen fietsen, maar in veel andere landen is dat niet zo. Als er al wordt gefietst, valt het vaak in de categorie sporten of buiten spelen voor kinderen. Terwijl je in Nederland wat beperkter bent in je mogelijkheden als je niet kan fietsen en je ook nog eens niet de beschikking hebt over een eigen auto. Natuurlijk kom je lopend een heel eind en is er altijd nog het openbaar vervoer, maar ‘normaal’ meedoen is er niet altijd bij. Denk aan het moment dat je kind zelf naar school gaat fietsen of dat je je woon-werkverkeer wil inkorten, twee voorbeelden die deelnemers mij hebben gegeven waarom zij fietsles willen nemen.

De eerste les is een openbaring. We verzamelen in het gloednieuwe buurthuis De Jager in Overvecht. Na het noteren van namen en het innen van de deelnemersbijdrage gaan we met fiets aan de hand richting een stille parkeerplaats in de buurt. Mijn collega-fietsjuf Ineke begint de les met het benoemen van onderdelen van de fiets en een paar bewegingen, zoals linksaf en achterom kijken. Dan is het zover. De dames – het zijn uitsluitend vrouwen – mogen laten zien wat ze in huis hebben. Er is meteen een eerste vrijwilliger en geloof het of niet, ze fietst zo weg! Het blijkt dat zij vooral gevoel wil krijgen bij het verkeer en de verkeersregels in Nederland. Dat was er met de communicatie met handen en voeten nog niet helemaal uitgekomen… Gelukkig voor deze fietsjuf kan de rest van de groep nog wel wat hulp gebruiken. We beginnen door de dames op hun fiets te zetten en ze te laten bewegen alsof ze op een loopfiets zitten. Dat is nog best lastig met die nare trappers die in de weg zitten, maar deze dames hebben doorzettingsvermogen: de eventuele blauwe plekken schrikt ze niet af. Veel meer doen we niet deze eerste les, maar na een klein uur begint bij sommigen al wel het gevoel van evenwicht te komen. Ondanks dat ze na deze eerste les nog niet kunnen fietsen, zijn ze vastberaden om het te leren. Een heel goed begin dus!

Wat ik naast het ‘mensen helpen’ leuk vind aan dit vrijwilligerswerk, is dat het lekker buiten is en dat je actief bezig bent. Dat het buiten is, heeft daarnaast als extra voordeel dat je gezien wordt in de wijk en je dus al doende reclame maakt voor je eigen programma. We hebben de najaarscursus inmiddels – met succes – afgerond en ik weet zeker dat de cursus komend voorjaar weer populair zal zijn. Ik heb er nu al zin in!